Familie Veltrop verhalen

Familie Veltrop verhalen

Hieronder enkele familie verhalen.
Voor de beeldvorming hier een kaart van de omgeving zuid-oost Groningen en Drenthe in 1935

Angela Carolina Specken

Grootmoeder zoals ze wordt herinnert door haar dochter:

Zoals ik mij moeder van vroeger kan herinneren had zij altiid grijze of zwarte kleren aan, zo komt het dat ik haar steeds als een oude vrouw heb gekend.
Ik ben geboren in 1932, toen was moeder 38 jaar oud. Wij woonde toen in het huis van Thyvan, op de Floresstraat 30 te Lindenheuvel. Vader werkte als timmerman op de Pastorie te Lindenheuvel. Ik was het 6de kind in ons gezin, mijn jongste zus was toen nog niet geboren.
Het was thuis geen vetpot, er moest op de centjes worden gelet, dat gaf een druk op ons gezin. Het leven van moeder was sterk verbonden met haar kinderen, er bleef niet veel tijd over voor andere dingen. Ze had niet zo'n goede relatie met Vader, dat kwam hoofdzakelijk door zorgen en te weinig geld. Ze had haar kinderen wat vlug achter elkaar gekregen, zodat het werk en de zorgen haar over het hoofd groeide. Haar oudste zoon moest haar met raad en daad bijstaan. Een beeld vormen van moeder vroeger, of zoals ze in latere jaren was, is moeilijk. Vroeger was ze erg zenuwachtig en zorgelijk, ze had niet veel tijd om zich met ons kinderen te bemoeien, toch was er een goed contact.
Om poetsen gaf ze niet veel, als het maar netjes was. Wel zat ze vaak tot midden in de nacht te naaien, ze maakte al onze kleren zelf, zodat wij er altijd netjes bij liepen.
Wel was ze lid van de St.Anna Concresatie, dat was een vrouwen vereniging op Lindenheuvel, deze was gesticht door de kerk, en stond onder leiding van Kapelaan Dekkers, daar ging ze een avond in de week heen, ze had daar ook een vriendin leren kennen, die wel eens bij ons thuis kwam.

Maar het liefst was Mam toch thuis bij haar kinderen. Ze had niet veel contact met de buren, dat waren allen buitenlanders, Polen, Tsjechen, Joegoslaven, Duitsers enz. Ze verstond de taal niet en trok zich er van terug. In het begin woonde Tante Sien en Ome Jozef ook in de oude kolonie, daar ging ze vaak naar toe, later zijn ze verhuist naar België.
Moeder ging graag winkelen. Omdat er in die tijd op Lindenheuvel nog niet veel winkels waren, moest ze te voet naar Geleen en kwam vaak met twee zware tassen met boodschappen terug. Later was haar geliefde Lindenheuvel het favoriete winkelcentrum, waar ze zeker eens per dag ging rond neuzen, dat is zo gebleven tot ze heel oud was.

Groningen had voor haar nog steeds een grote aantrekkingskracht, als ze het geld kon missen ging ze met haar jongste dochter samen op bezoek bij haar moeder, die woonde bij Ome Rieks en Tante Lene in hun huis in Ter Apel.
Toen in 1940 de oorlog begon was het door de slechte verbinding van bus en trein niet mogelijk om naar Groningen te gaan. Maar direct na de oorlog is ze liftend met haar dochter aan de hand naar Groningen gegaan, dat ging met vrachtwagens, want het spoor was op veel plaatsen kapot, en het openbaar vervoer lag stil. Neder1and was totaal ontregeld.
Zo zag ze na lange tijd haar Familie weer, vooral haar moeder die ondertussen al 80 jaar oud was. Toen haar moeder op 8 April 1946 overleed was ze diep bedroefd.
Een paar jaar later werd ze zelf ziek, ze had last van galstenen en lag vaak in bed met hevige pijn, dan kwam dokter van Eys en kreeg ze een morfine spuit, en daar knapte ze dan weer vlug van op. Ze kreeg een streng dieet voorgeschreven, alles zonder vet en licht verteerbaar, waar ze sterk van vermagerde.
In 1950 is ze geopereerd in het ziekenhuis te Sittard, en hebben ze de galstenen weggehaald, maar toen ontdekte de dokters dat ze een vlekje op een long had. Ze zeiden dat ze niet meer naar huis kon, maar naar een rusthuis moest. Dat was een zware slag voor Mam. De twee oudste dochters waren inmiddels getrouwd, en de rest was nog allemaal thuis. Pap was al gepensioneerd maar kon nog geen ei bakken of aardappel koken. De jongste dochter was toen 15 jaar oud en heeft toen Mam haar taak overgenomen, en voor het huis houden gezorgd. Dat ging haar goed af, zei kon goed met geld omgaan, en zorgde dat ieder zijn deel kreeg.
Mam kwam eerst in Sittard te liggen, in de barakken achter het ziekenhuis. Daar herstelde ze niet genoeg, toen hebben ze haar overgebracht naar het sanatorium Hornerheide in Horn.

Familie Veltrop verhalen
Sanatorium Hornerheide

Dat lag midden tussen de bossen, in een prachtige omgeving. Ze kwam op een open zaal te liggen. Het waren grote zalen, met wel twintig bedden. Ze maakte zich veel zorgen over thuis. Eerst was er nog sprake van een operatie maar later vonden de dokters het toch beter om eerst een kuur met pillen te geven, dat was iets nieuws uit Amerika. Gelukkig had Mam er veel baat bij, en met rust en een goede verzorging knapte ze op en mocht ze na drie jaar weer naar huis. Juist voor haar zoon ginge trouwen in 1953.

Wij waren onderhand van de Floresstraat verhuist naar Azaliastraat te Lindenheuvel, dus voor Moeder was alles erg vreemd. Wij kinderen waren ouder en zelfstandiger geworden en gingen ons eigen gang, daar had ze in het begin grote moeite mee. Ze was toen 53 jaar oud. Mijn zus ging ook trouwen en nu waren we nog met z'n vijven thuis.
In die tijd werd Pap ziek, hij overleed in het voorjaar van 1960 op 75 jarige leeftijd, dat was een groot gemis.
Haar oudste zoon had verkering en ging trouwen zodat twee meisjes nog alleen met Mam thuis waren. Mijn zus werkte voor halve dagen op het atelier, en ik was de hele dag als gezinsverzorgster onderweg. Er was nu genoeg geld want wij gaven onze hele verdienste af. Toch vond Mam het niet gepast om zich iets lekkers bij de koffie te halen zo op een doodeweekse dag, dan moest mijn zus eerst zeggen "haal je dat gebakje toch". Mijn zus en broer waren inmiddels met hun families geëmigreerd naar Australie.
Mam is daar in 1970 op vakantie geweest ze vertrok van schiphol per vliegtuig, een DC-9 van de KLM dat was een hele onderneming, maar de drang om haar kinderen weer te zien was zo groot dat ze het gedurft heeft. Ze moest nieuwe kleren, schoenen en ondergoed hebben. Ze kreeg mooie bonte zomerkleren, die zwarte en grijze japonnen moesten weg, dat waren voor haar grote veranderingen. Later heeft ze die japonnen nooit meer gedragen, en werd ze steeds moderner.
Toen mijn zus ging trouwen kwam er voor Mam weer een moelijke tijd. Ze was zo gewent om zich door haar te laten leiden, dat ze niet goed wist hoe te handelen. Als ik wat zei, was het al gauw "eerst je zus vragen", en dan ging ze met de bus naar de Heksenberg vlakbij Heerlen waar mijn zus toen woonde. Mijn andere zus woonde ook op de Heksenberg, ze was wel eens boos dat Mam wel naar de ene zus ging, en niet bij haar kwam. Maar zo was Mam.
Toen ik in 1968 verkering kreeg was de grote vraag "Wat moet Mam als wij getrouwd zijn?". Thuis blijven wonen of naar het bejaardenhuis. Na lang praten werd besloten, dat ze naar het bejaardenhuis zou gaan, zo heel alleen thuis was niets voor Mam.
Het bejaardenhuis Bunderhof was pas gebouwd en Mam was een van de eerste bewoners. Het was een hele stap voor haar om uit haar huis te gaan en zich in een vreemde omgeving aan te passen. Het heeft zeker een jaar geduurd eer ze in Bunderhof gewend was. Ze vond het best fijn, ze had een eigen kamer, met keuken en W.C, en had haar eigen inkomen en veel vrije tijd. Ze ging veel winkelen in Geleen en Lindenheuvel of ze ging met de bus naar haar kinderen in Munstergeleen, dus kortbij. Maar om 5 uur moest ze weer naar huis!
Ze had een mooie kamer, met een riant uitzicht, 3 hoog op kamer 320. Het was een zit / slaapkamer en ze werd helemaal verzorgd. Ze was toen 74 jaar oud en nog erg fit. Ze heeft nog 20 jaar van een rustig leven mogen genieten. Wij kwamen allen veel op bezoek.
Toen ze 91 jaar oud was is ze gevallen op de W.C, en had ze haar rug bezeerd, waar ze erg veel last van had. Sinds die tijd begon ze te sukkelen, ze had ook staar op de ogen en kon bijna niets meer zien. En het gehoor werd ook steeds slechter. Het laatste jaar van haar leven was voor haar heel erg moeilijk, ze werd hulpbehoevend en had geen contact meer met haar omgeving. Ze kon de mensen niet meer verstaan, en ze wilde het zo graag. Voor ons werd het ook moeilijk om ons verstaanbaar te maken. Ze had een hoorapperaat, die moesten wij een keer per week schoon maken, en soms deed hij het niet. Dan was ze in paniek, als ze de klok maar hoorde tikken dan was het goed.
Ze kreeg erge schuld gevoelens tegenover haar kinderen, maar ook tegenover God. KV


Maria Gezina Bargman

Overgrootmoeder zoals ze wordt herinnert door haar kleindochter:

Maria Gezina Bargman werd geboren op 13 Augustus 1853 te Odoorn in de Provincie Drenthe. Ze was de dochter van Jan Berend Bargman en Maria Aleid Wuisten. Deze mensen hadden een boeren bedrijf, met een stuk land en wat vee. Ze waren niet rijk, maar in die tijd, konden ze daar goed van leven.
Maria of (zoals iedereen haar noemde) Marie, was een levenslustig meisje, klein van gestalte, en met een paar pientere oogjes. Ze werd streng katholiek opgevoed, en moest vaak meehelpen op de boerderij. Of ze broers of zusters gehad heeft, is mij niet bekend.

Toen Marie 28 jaar oud was leerde zij een Albert Veltrop kennen, een zoon van Herman Willem Veltrop. Deze was veenboer en woonde in Dalen, te Drenthe. Op 12 Mei 1882 trouwden Marie met Albert en vestigde zich te Dalen, misschien zijn ze wel bij de ouders van Albert gaan in wonen, dat was in die tijd heel gebruikelijk. Maar dit is niet bekend.
Albert was evenals zijn vader werkzaam in het veen gebied, dat was hard werken, en er werd slecht aan verdiend. Ze kregen samen 5 kinderen, een meisje en vier jongens. Het eerste kind was een meisje, Maria genoemd, zij stierf al in het eerste jaar na haar geboorte. Het tweede kind was Johannes-Bernardus, Bernard genoemd, daarna werden er nog drie jongens geboren, Willem, Rudolf en Johan Willem. Deze zijn allen jong gestorven, zoals Mam later vertelde zijn ze verdronken in de sloot die achter het huis liep. Dat moet voor grootmoeder ongetwijfeld een groot verdriet zijn geweest.

Toen Marie 10 jaar getrouwd was, overleed haar man Albert Veltrop op 28 December 1892, ze was toen alleen met haar enig overgebleven zoon Bernard die ze erg verwende en die toen 8 jaar oud was. Ze verhuizden later naar Onstwedde, in Groningen, waar Bernard opgroeide tot een knappe jonge man.
Grootmoeder Marie Bergman was toen pas 4O jaar oud, ze was erg vroom, en ging veel naar de kerk met haar zoon Bernard. Ze droeg lange zwarte kleren, en als ze naar de kerk ging, had ze een zwarte muts op, waar een cape aangebreid was. Die is later nog bij ons in huis geweest, (bij een verkleed partij op school, heeft mijn zus daar nog eens de eerste prijs mee gewonnen).
Het huisje waar ze in woonde, in de Gemeente Onstwedde, was maar klein, met een tuintje random waar ze wat klein vee hield zoals kippen, varkens en een geit. In het huis was niet zo veel ruimte, er was maar een groot vertrek, daar werd gekookt, geleeft en ook geslapen. Er waren twee grote bedsteden. Voor het slapen gaan zette Grootmoeder altijd een gehaakt mutsje op.

Familie Veltrop verhalen
Johannes Bernardus Veltrop 1914

Toen Bernard in militaire dienst was (1914—1918), leerde hij een meisje kennen, Angela Specken, hij was toen 34 jaar en zij 24 jaar oud. Zij trouwden op 9 Mei 1919, in het St Jozefkerkje op de Zandberg en zijn bij de moeder gaan in wonen. Deze was hulpbehoevend geworden, en lag veel in bed. Ze had het aan de lever, en had veel verzorging nodig.

Bernard en Angela moesten in een van de bedstede slapen, die in de zelfde kamer was als die waar Grootmoeder in lag, dat was erg onvrij. Zij kon ze van uit haar bedstede begluren, wat ze ook wel eens deed! Vooral omdat er tegenover de bedstede een spiegel hing, die recht op de bedstede van het jonge paar gericht stond. Angela ging later voor ze in bed stapte eerst de spiegel omdraaien, ze vond dat verschrikkelijk. Het jong getrouwde stel had nooit een beetje privacy, dat werd nog erger toen op 13 April 1921 hun eertse zoon werd geboren.
Oma hield veel van het kleine ventje en als niemand het zag stopte ze een blokje hout onder de poot van zijn bedje. Zo kon ze hem schommelen. Als hij huilde stopte ze hem een speentje in de mond, die ze eerst in een kommetje suiker sopte en zo hield ze hem "zoet".
Op 30 Mei 1922 werd de tweede zoon geboren, hij werd natuurlijk op de zelfde manier verwend. Toen de oudste zoon 2 jaar oud was is Oma Veltrop-Bargman overleden, ze was toen 7O jaar oud. Ik denk dat wij kinderen haar nog altijd zullen herkennen aan de spulletjes die her en der onder de Familie verspreid zijn. Zoals de grote spiegel die mijn zus heeft, of de kommen die ik heb, het oude kastje dat bij mijn broer staat. Er was nog een snuifdoosje die mijn zus heeft gekregen.
Toen wij nog in de Floresstraat woonden kon je nog meer spullen van haar vinden, zoals een bloedkoralen ketting, oude strijkijzers, een kruisbeeld onder een stolp, twee engeltjes er naast een glazen vliegenstolp. Het is helaas bij de verhuizing zoek geraakt. Het zijn allemaal herinneringen van toen, die goeie oude tijd, toen zij hun leven leefden dat voor hun niet altijd gemakkelijk moet zijn geweest. KV