Veenkolonie & mijnwerkerskolonie

Familie Veltrop verhalen

Begin van de 20e eeuw werden in Lutterade de eerste boringen gedaan op zoek naar steenkool. Bij de Koninklijke Besluiten van 12 maart 1915 en 21 januari 1916 werd respectievelijk de vestigingsplaats en de naam van de vierde Staatsmijn bepaald: de zetel zou in Lutterade-Geleen worden gevestigd, de naam werd Staatsmijn Maurits, naar de tweede zoon van Willem van Oranje.
Met de aanleg van de mijn werd in 1915 begonnen, een jaar later startte men met de bouw van de eerste twee schachten. In 1923 werd een begin gemaakt met de ontsluiting van de bovenste twee verdiepingen. Officieel kwam Staatsmijn Maurits in 1926 in bedrijf. Op haar hoogtepunt werden er jaarlijks ongeveer 2.5 miljoen ton kolen naar boven gebracht. De totale productie bedroeg meer dan 96 miljoen ton.
De mijn beschikte over zeven verdiepingen die aangelegd waren tussen 230 meter en 810 meter onder het maaiveld. De verdiepingen strekten zich op verschillende plaatsen tot meer dan vijf kilometer vanaf de schachten uit, ze hadden elk een oppervlakte zo groot als die van de stad Amsterdam.
Vanaf 1947 was de mijn verbonden met de Staatsmijn Emma in Hoensbroek door een ondergrondse steengang met een lengte van dertien kilometer. Daar de Staatsmijn Emma sinds 1956 op haar beurt ondergronds verbonden was met de Staatsmijn Hendrik in Brunssum, was het dus mogelijk om ondergronds van Geleen naar Brunssum te reizen, een tocht die nagenoeg de gehele mijnstreek (en daarmee de provincie Limburg) van west naar oost doorkruiste.

Staatsmijn Maurits 1915
De boortoren voor het afdiepen van schacht I van de Staatsmijn Maurits | 1916

Lindenheuvel

De staatsmijn Maurits zou later uitgroeide tot de grootste mijn in Europa, op haar hoogtepunt leverde deze mijn werk aan 16.000 mijnwerkers. Dit had natuurlijk grote gevolgen voor de omliggende dorpen en wijken. Een deel van de wijk Lutterade en de parochiekerk moesten wijken voor de mijn. De open ruimten tussen de diverse buurtschappen Lutterade, Krawinkel en Oud-Geleen werden geheel opgevuld met woningbouw ten behoeve van de arbeiders, die van heinde en verre kwamen om in de mijn te werken. Lutterade werd het centrum van de gemeente Geleen.
Zo werd een geheel nieuwe wijk Lindenheuvel gebouwd als bedrijfsdorp van de Staatsmijn. Lindenheuvel heeft veel kleine huizen, die in de mijnbouwperiode gebouwd zijn als arbeiderswoningen voor de mijnwerkers. Omstreeks 1925 werd er in Lindenheuvel een klein houten noodkerkje gebouwd. In 1928 startte de bouw van de O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstandkerk welke op 10 juni 1929 werd geconsacreerd door de bisschop van Roermond.

Station Lutterade 1930
Station Lutterade | ~1930

Van veenkolonie naar mijnwerkerskolonie

Na een treinreis van 8.5 uur van Ter Apelkanaal naar Zuid Limburg kwam de familie Veltrop aan in het Limburgse Lutterade. De familie werd ondergebracht bij Joseph & Sien Albers op de Rozenlaan in Lindenheuvel. Dit was de jongere zus van moeder, zij was al enkele jaren eerder met haar gezin naar Zuid Limburg afgereisd.

Er was geen electriciteit, er hing 's nachts een petroleumlampje op de overloop. Zij hadden zelf al zes of zeven kinderen. Albert zijn school was vlakbij, maar ik moest naar de bewaarschool aan de Seringenlaan.
Na enige weken kreeg de familie een eigen woning aan de toen nog niet geasfalteerde Napoleonbaan op nummer 148. Ook de zelf gemaakte meubels (vader was immers timmerman) werden toen weer van stal gehaald. De verhuizer was met paard en wagen tien dagen onderweg geweest van Ter Apelkanaal naar Lindenheuvel. Vader werkte in die tijd als timmerman aan de Rozenlaan, ook heeft hij nog gewerkt aan de kerk van Lindenheuvel.

Napoleonbaan Lindenheuvel
Napoleonbaan Lindenheuvel Lutterade vanaf de Burg.Lemmensstraat | 1930

In 1930 volgt de eerste gezinsuitbreiding in Limburg, aan de Napoleonbaan wordt dochter Cato geboren en in maart 1932 wordt dochter Catrien geboren.

.. en natuurlijk 's nachts. Al de kinderen moesten alweer die nacht bij boer Schols doorbrengen, en we vonden het heel spannend. De volgende morgen was er een verrassing, een nieuw zutertje erbij.
Boer Schols was een vriendelijke man. Soms als hij de koeien naar de wei bracht dan riep hij ons en als we kortbij kwamen spoot hij je warme melk in het gezicht.
In 1934 is de familie Veltrop verhuisd van de Napoleonbaan naar de Floresstraat.

Wordt vervolgd ....

Ga naar pagina :



Staatsmijn Maurits

Staatsmijn Maurits 1902
De eerste boortoren in Lutterade, op zoek naar steenkool | 1902

Staatsmijn Maurits 1902
R.K. kerk Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand | 1930